Subdomein D2 · Natuurkunde VWO
Examenvragen over Elektrische en magnetische velden
21 vragen uit 8 eindexamens Natuurkunde VWO (2022 tot en met 2025) gaan over het subdomein Elektrische en magnetische velden, samen goed voor 57 punten. Hieronder zie je per vraag wat er gevraagd wordt; klik door om de vraag te maken.
Valkuilen bij Elektrische en magnetische velden
Uit de uitleg bij deze vragen: antwoorden die te vaag zijn, begrippen die je makkelijk verwart en wat het correctievoorschrift wel en niet goed rekent.
- Bij vraag 13 van ‘Opslag van energie’ (2025, tijdvak 1) →
Eén omwenteling is zes periodes, niet één. Met krijg je een snelheid van ongeveer . Meet bij voorkeur over meerdere periodes (drie), dan is de aflezing nauwkeuriger. Reken de diameter om naar meters.
- Bij vraag 16 van ‘Opslag van energie’ (2025, tijdvak 1) →
Zeg bij de tweede uitleg uitdrukkelijk dat de snelheid van de kabelbaan toeneemt en dat daardoor de wisselingen sneller op elkaar volgen; "de frequentie moet hoger" zonder reden is te vaag. Beide delen moeten kloppen voor de 2 punten.
- Bij vraag 15 van ‘Experiment van Millikan’ (2025, tijdvak 2) →
Reken kV en mm om naar V en m. De pijlen naar beneden zijn een apart punt: de druppel is negatief en moet omhoog, dus het veld wijst omlaag. Veldlijnen die niet op gelijke afstand staan, of schuin, kosten het eerste punt.
- Bij vraag 11 van ‘Batterijtrein’ (2024, tijdvak 1) →
Noem de veldlijnendichtheid. Alleen zeggen dat P "dichter bij de spoel" ligt is niet genoeg: dat is niet wat je in de figuur ziet.
- Bij vraag 13 van ‘Lise Meitner’ (2024, tijdvak 2) →
Vergeet de lading niet: met een positief deeltje had je de andere kant op gekregen. Zeg erbij welke regel je gebruikt. Heb je de kracht de verkeerde kant op getekend, dan krijg je het punt voor de richting van nog wel als die daarbij past.
- Bij vraag 11 van ‘Poollicht’ (2023, tijdvak 1) →
Dit lijkt vreemd, maar het volgt uit de richting van de veldlijnen. Zet de N dus niet bij de geografische noordpool aan de bovenkant.
Alle 21 vragen over Elektrische en magnetische velden
Per vraag zie je wat er gevraagd wordt. In de opgave staan de vragen over dit onderwerp in het groen.
Eindexamen 2025, tijdvak 1
- Vraag 133 punten · met uitleg
Je bepaalt de snelheid van de kabel uit de spanningspulsen van de dynamo. Dit test het verband tussen het aantal pulsen en het aantal omwentelingen, en met .
- Vraag 143 punten · met uitleg
Je vult in de tabel op de uitwerkbijlage in wat elke aanpassing doet met de grootte en de frequentie van de opgewekte spanning. Dit test inductie: de spanning hangt af van hoe snel de flux verandert en van het aantal windingen.
- Vraag 162 punten · met uitleg
Je legt uit waarom een elektromotor een wisselspanning nodig heeft en waarom de frequentie in figuur 6 in het begin toeneemt. Dit test de werking van een elektromotor met magneten en een spoel.
Eindexamen 2025, tijdvak 2
- Vraag 153 punten · met uitleg
Je tekent het elektrisch veld tussen de platen (minstens vijf veldlijnen) en toont aan dat de veldsterkte is. Dit test de richting van een elektrisch veld en .
- Vraag 165 punten · met uitleg
Je tekent de elektrische kracht op de druppel en bepaalt daarmee de lading van de druppel. Dit test krachtenevenwicht, de zwaartekracht op een bol en .
Eindexamen 2024, tijdvak 1
- Vraag 111 punt · met uitleg
Je geeft aan hoe je in figuur 4 ziet dat het magnetisch veld in punt P sterker is dan in punt Q. Dit test dat de dichtheid van de veldlijnen de sterkte van het veld aangeeft.
- Vraag 121 punt · met uitleg
Je tekent in de figuur op de uitwerkbijlage de richting van de stroom door de windingen van de spoel. Dit test de relatie tussen de richting van het magnetisch veld en de stroom (rechterhandregel voor een spoel).
- Vraag 134 punten · met uitleg
Je tekent de kracht op de punten 2, 3 en 4 van de magneten, en geeft per punt (1 tot en met 4) aan of het een noord- of zuidpool is. Dit test dat een noordpool in de richting van het veld wordt geduwd, een zuidpool tegen het veld in.
Eindexamen 2024, tijdvak 2
- Vraag 133 punten · met uitleg
Je tekent in punt de richting van de Lorentzkracht en geeft de richting van het magnetisch veld, met een toelichting. Dit test de Lorentzkracht en de richtingsregel voor negatieve deeltjes.
- Vraag 145 punten · met uitleg
Je leidt formule (1), , af en beredeneert welke -straler de energierijkste deeltjes uitzendt. Dit test de Lorentzkracht, de middelpuntzoekende kracht en de samenhang tussen impuls en energie.
Eindexamen 2023, tijdvak 1
- Vraag 111 punt · met uitleg
Je geeft aan waar de magnetische noordpool van de aarde ligt, als je de aarde als staafmagneet ziet. Dit test de richting van magnetische veldlijnen.
- Vraag 123 punten · met uitleg
Je tekent de lorentzkracht op het deeltje en zegt of het deeltje positief of negatief geladen is. Dit test de richting van de lorentzkracht bij een cirkelbeweging in een magnetisch veld.
- Vraag 132 punten · met uitleg
Je legt met figuur 4 uit waarom de cirkel kleiner wordt als het deeltje de pool nadert. Dit test dat het magnetisch veld sterker is waar de veldlijnen dichter op elkaar liggen, en de lorentzkracht.