Subdomein C1 · Natuurkunde VWO
Examenvragen over Kracht en beweging
31 vragen uit 8 eindexamens Natuurkunde VWO (2022 tot en met 2025) gaan over het subdomein Kracht en beweging, samen goed voor 102 punten. Hieronder zie je per vraag wat er gevraagd wordt; klik door om de vraag te maken.
Valkuilen bij Kracht en beweging
Uit de uitleg bij deze vragen: antwoorden die te vaag zijn, begrippen die je makkelijk verwart en wat het correctievoorschrift wel en niet goed rekent.
- Bij vraag 1 van ‘Shorttrack’ (2025, tijdvak 1) →
Reken de minuut om naar seconden: , niet of . Het antwoord mag niet in drie significante cijfers (11,1): dan mis je het punt voor significantie. Laat je de eenheid weg of reken je fout, dan vervalt ook het punt voor de berekening, want dat is het laatste punt van de vraag.
- Bij vraag 5 van ‘Springende Hydrogelballetjes’ (2025, tijdvak 2) →
Reken de massa om naar kg en de hoogte naar m. Het energieverlies is het verschil tussen twee hoogtes, niet de zwaarte-energie op één hoogte. Volgens de aanvulling hoort de significantie bij het laatste punt: geef twee significante cijfers (de massa heeft er drie, de hoogtes twee).
- Bij vraag 13 van ‘Experiment van Millikan’ (2025, tijdvak 2) →
Zeg waarom geldt: de snelheid is constant. Alleen formule (2) opschrijven levert niets op. Let bij het wegdelen op de machten van : geeft , en delen door laat over.
- Bij vraag 1 van ‘Snelheidsrecord op de fiets’ (2024, tijdvak 1) →
Het punt voor significantie heb je alleen met zes cijfers: of is te kort. Reken de uren om naar seconden (maal ), anders klopt de eenheid niet. Is er een rekenfout of staat de eenheid er niet, dan vervalt ook het punt voor het afmaken van de berekening.
- Bij vraag 4 van ‘Elektrische scooter’ (2024, tijdvak 2) →
Noem de reden (extra remkracht), niet alleen de conclusie. Een conclusie die logisch volgt uit jouw eigen redenering ("consequent") levert het tweede punt ook op.
- Bij vraag 23 van ‘Latin American Tower’ (2024, tijdvak 2) →
Een raaklijn is nodig: een lijn door twee punten op de grafiek geeft een gemiddelde snelheid, niet de snelheid op . Het verschil van is , want de beginsnelheid is nul. Twee significante cijfers.
Alle 31 vragen over Kracht en beweging
Per vraag zie je wat er gevraagd wordt. In de opgave staan de vragen over dit onderwerp in het groen.
Eindexamen 2025, tijdvak 1
- Vraag 13 punten · met uitleg
Je berekent de gemiddelde snelheid over de hele race en geeft het antwoord in het juiste aantal significante cijfers. Dit test en het omgaan met significantie.
- Vraag 22 punten · met uitleg
Je bepaalt in de -grafiek hoeveel seconden Schulting sneller was geweest als ze de hele race de snelheid van de laatste ronden had gehouden. Dit test het lezen van een afstand-tijddiagram: de helling is de snelheid.
- Vraag 33 punten · met uitleg
Je leidt formule (2) af: het nuttige vermogen is de som van wat de schuifwrijving en de luchtweerstand kosten, vermenigvuldigd met de snelheid. Dit test , krachtenevenwicht bij constante snelheid en de formule voor luchtweerstand.
- Vraag 43 punten · met uitleg
Je schat de frontale oppervlakte van Schulting in de schaatshouding en berekent daarmee het vermogen bij . Dit test het maken van een beredeneerde schatting en het gebruik van formule (2).
- Vraag 55 punten · met uitleg
Je construeert de resulterende kracht op Schulting in punt , bepaalt hoe groot die is en berekent daarmee haar snelheid in de bocht. Dit test krachten optellen en de middelpuntzoekende kracht.
Eindexamen 2025, tijdvak 2
- Vraag 53 punten · met uitleg
Je bepaalt hoeveel energie het balletje verliest in de eerste hele stuiterbeweging, uit het verschil in hoogte voor en na de stuit. Dit test het aflezen van een -diagram en zwaarte-energie.
- Vraag 74 punten · met uitleg
Je legt uit hoe je met het -diagram het procentuele energieverlies tijdens de stuit bepaalt. Dit test dat de helling van een -grafiek de snelheid is, en kinetische energie.
- Vraag 134 punten · met uitleg
Je leidt formule (2) af, , uit formule (1) en formules uit je informatieboek. Dit test krachtenevenwicht bij constante snelheid, dichtheid en het volume van een bol.
- Vraag 144 punten · met uitleg
Je toont aan dat de dichtheid van de olie is, en legt uit dat de opwaartse kracht te verwaarlozen is. Dit test formule (2) omschrijven en de opwaartse kracht.
- Vraag 165 punten · met uitleg
Je tekent de elektrische kracht op de druppel en bepaalt daarmee de lading van de druppel. Dit test krachtenevenwicht, de zwaartekracht op een bol en .
Eindexamen 2024, tijdvak 1
- Vraag 13 punten · met uitleg
Je berekent hoeveel seconden Denise over de laatste mijl deed, en geeft het antwoord in het juiste aantal significante cijfers. Dit test , het omrekenen van uren naar seconden en significantie.
- Vraag 24 punten · met uitleg
Je bepaalt het frontaal oppervlak van Denise met haar fiets met behulp van het rooster op de uitwerkbijlage, en berekent daarmee de luchtweerstandskracht bij . Dit test het bepalen van een schaal, het tellen van hokjes en de formule voor luchtweerstand.
- Vraag 43 punten · met uitleg
Je bepaalt de snelheid op het moment van loskoppelen, bij , in . Dit test dat de snelheid in een -diagram de helling van de raaklijn is.
- Vraag 53 punten · met uitleg
Je berekent de gemiddelde resulterende remkracht op Denise en haar fiets tijdens het afremmen van naar over . Dit test arbeid en kinetische energie, of een eenparig vertraagde beweging.
Eindexamen 2024, tijdvak 2
- Vraag 42 punten · met uitleg
Je leidt uit de tabel af of Mees op de heenweg wind mee of wind tegen had. Dit test het effect van een extra kracht op de remweg.
- Vraag 84 punten · met uitleg
Je laat zien dat klopt met en de schematische tekening van de scooter. Dit test de formule voor luchtweerstand en het schatten van een oppervlak.
- Vraag 93 punten · met uitleg
Je bepaalt de laagste en hoogste maximale snelheid van de onbegrensde scooter, in drie significante cijfers. Dit test het aflezen van een grafiek met meerdere krommen en het omrekenen van naar .
Eindexamen 2023, tijdvak 1
- Vraag 14 punten · met uitleg
Je bepaalt de afstand die de langlaufer in één bewegingscyclus aflegt, met behulp van het -diagram van figuur 4 op de uitwerkbijlage. Dit test dat de afgelegde weg gelijk is aan de oppervlakte onder een -grafiek.
- Vraag 24 punten · met uitleg
Je controleert of de ski's te zacht zijn voor een langlaufer van die op beide ski's staat. Dit test de veerkracht en het vergelijken van de inzakking met de camberhoogte.
- Vraag 44 punten · met uitleg
Je beoordeelt twee beweringen: is recht evenredig met de massa, en is recht evenredig met de snelheid? Dit test het lezen van tegen en wat recht evenredig betekent.