Hoofdstuk 7 · Biologie voor Jou (7e editie) · Biologie HAVO
Examenvragen bij hoofdstuk 7: Ecologie en milieu
42 vragen uit 4 eindexamens Biologie HAVO (2025 tot en met 2026) gaan over de stof van hoofdstuk 7 (Ecologie en milieu) van Biologie voor Jou (7e editie), samen goed voor 65 punten. Bij elke vraag staat een uitleg: wat er gevraagd wordt, hoe je het aanpakt, het antwoord voor alle punten en de valkuilen. Hieronder zie je per vraag wat er gevraagd wordt; klik door om de vraag te maken.
Valkuilen bij hoofdstuk 7
Uit de uitleg bij deze vragen: antwoorden die te vaag zijn, begrippen die je makkelijk verwart en wat het correctievoorschrift wel en niet goed rekent.
- Bij vraag 7 van ‘Bedreigingen voor de beekprik’ (2026, tijdvak 1) →
Eén reden is genoeg. Noem wel het mechanisme (uitspoeling of afbraak), niet alleen "er komt vervuiling".
- Bij vraag 21 van ‘Razendsnelle adaptatie bij olifanten door stroperij’ (2026, tijdvak 1) →
Andere goede antwoorden: er komt ruimte voor andere soorten, in de omgewoelde grond kunnen zaden van andere soorten kiemen, of de uitgerukte planten trekken organismen aan die het dode hout afbreken. Noem één mechanisme.
- Bij vraag 22 van ‘Plantenveredeling voor biologische landbouw’ (2026, tijdvak 1) →
Goed zijn ook vervluchtiging, en het oogsten van gewassen, de opname door planten of vraat door dieren (die dan mineralen meenemen). Noem twee verschillende processen. Geen punt voor een reden die geen proces is, zoals "kunstmest wordt niet gebruikt".
- Bij vraag 9 van ‘Bon biní na Boneiru (Welkom op Bonaire)’ (2026, tijdvak 2) →
Noem de afbraak door reducenten of bacteriën. Noem je schimmels in plaats van bacteriën, dan telt dat volgens het model ook goed.
- Bij vraag 17 van ‘Oma’s aan de top’ (2026, tijdvak 2) →
De relatie moet je met een naam noemen. "Ze eten dezelfde dieren" is te vaag. Het model rekent ook het woord "competitie" goed voor het tweede punt.
- Bij vraag 29 van ‘Kiezen voor vegan’ (2026, tijdvak 2) →
Alleen "planten zijn goedkoper" of "dieren hebben ook grond nodig" geeft geen punten: je moet de energiestroom noemen. Gebruik je het woord biomassa in plaats van energie, dan wordt dat volgens het model niet aangerekend.
Alle 42 vragen over hoofdstuk 7
Per vraag zie je wat er gevraagd wordt. In de opgave staan de vragen over dit onderwerp in het groen.
Eindexamen 2026, tijdvak 1
- Vraag 71 punt · met uitleg
Je verklaart waarom stroomafwaarts meer anorganische stoffen (mineralen) in het beekwater zitten.
- Vraag 82 punten · met uitleg
Je geeft twee verklaringen waarom schaduw algenbloei in een beek tegenhoudt. Dit test welke factoren de groei van algen bepalen.
- Vraag 102 punten · met uitleg
Je tekent het voedselweb uit de tekst, met pijlen die de richting van de energiestroom aangeven. Dit test het opzetten van een voedselweb uit een beschrijving.
- Vraag 122 punten · met uitleg
Je beoordeelt drie uitspraken over het experiment met afbeelding 2. Dit test het lezen van grafieken (sterfte als grijs vlak, zuurstofverzadiging als lijn).
- Vraag 142 punten · met uitleg
Je tekent in afbeelding 3 de curve voor volwassen beekprikken. Dit test het toepassen van tolerantiegrenzen in een grafiek.
- Vraag 151 punt · met uitleg
Je verklaart hoe vispassages de overlevingskans van een populatie beekprikken vergroten.
- Vraag 222 punten · met uitleg
Je noemt twee processen waardoor mineralen uit de bodem verdwijnen. Dit test de kringloop van mineralen op een akker.
- Vraag 232 punten · met uitleg
Je beoordeelt twee uitspraken over monocultuur en strokenteelt. Dit test het verband tussen soortenrijkdom en plagen.
- Vraag 252 punten · met uitleg
Je legt uit waarom erwten met knolletjesbacteriën de boer minder mest laten gebruiken, met de stikstofkringloop. Dit test de rol van stikstofbinding in de kringloop.
- Vraag 262 punten · met uitleg
Je bepaalt welke vorm van symbiose mycorrhiza is, en welke voedingsstoffen de schimmel van de plant krijgt.
Eindexamen 2026, tijdvak 2
- Vraag 91 punt · met uitleg
Je verklaart waarom veel bladafval op de bodem zorgt voor zuurstofarm water en zuurstofarme bodem.
- Vraag 121 punt · met uitleg
Je geeft de biologische term voor een soort die door toedoen van de mens buiten zijn oorspronkelijke leefgebied terechtkomt.
- Vraag 132 punten · met uitleg
Je beredeneert hoe eutrofiëring ertoe kan leiden dat H. stipulacea T. testudinum verdringt. Je legt ook uit wat eutrofiëring is en welke rol licht speelt.
- Vraag 142 punten · met uitleg
Je noemt twee abiotische factoren die in beide onderzoeksgebieden gelijk moeten zijn. Zo ligt een verschil in vissen aan Bonaire en Aruba, en niet aan het milieu.
- Vraag 161 punt · met uitleg
Je verklaart hoe het versterkte broeikaseffect de natuur van Bonaire kan aantasten.
- Vraag 172 punten · met uitleg
Je noemt de producenten in het voedselweb uit het kader en de ecologische relatie tussen kleine walvissoorten en inktvissen.
- Vraag 182 punten · met uitleg
Je bepaalt tot welke orde of ordes van consumenten de orka behoort in het voedselweb uit het kader. Dit test het begrip orde van consumenten.
- Vraag 202 punten · met uitleg
Je beredeneert hoe de zwempositie van de oma's de overlevingskans van de populatie vergroot. Dit test het lezen van een schema en het verband tussen voedsel en overleving.
Eindexamen 2025, tijdvak 1
- Vraag 11 punt · met uitleg
Je kiest de biologische term voor een geschikt leefgebied van een soort.
- Vraag 21 punt · met uitleg
Je verklaart waarom de zeearend in Nederland geen exoot is. Dit test of je weet wat een exoot is.
- Vraag 32 punten · met uitleg
Je legt uit waarom de insecticiden de zeearend ernstig schaden en insectenetende vogels niet. Dit gaat over ophoping van een gif in een voedselketen.
- Vraag 42 punten · met uitleg
Je beoordeelt drie uitspraken: welke worden wel en welke niet ondersteund door afbeelding 3. Dit test het lezen van een diagram.
- Vraag 61 punt · met uitleg
Je geeft een voorbeeld van een abiotische factor die het broedsucces verlaagt, met een toelichting.
- Vraag 91 punt · met uitleg
Je noemt een biologisch argument om de zeearend boven de bever te kiezen.
- Vraag 101 punt · met uitleg
Je geeft een argument voor de stelling dat de relatie tussen de zwarte populier en de zeearend commensalisme is.
- Vraag 201 punt · met uitleg
Je zet vier gebeurtenissen in de volgorde die leidt tot zuurstoftekort in het water.
- Vraag 221 punt · met uitleg
Je noemt een beperkende factor voor de groei van eendenkroos, anders dan mineralen, en .
- Vraag 231 punt · met uitleg
Je noemt de belangrijkste andere oorzaak van energieverlies in een voedselketen.
- Vraag 251 punt · met uitleg
Je noemt een argument waarom verticale landbouw ecologisch duurzamer kan zijn dan gangbare akkerbouw, anders dan minder landbouwgrond.
Eindexamen 2025, tijdvak 2
- Vraag 131 punt · met uitleg
Je geeft één manier waarop akkerbouwers bij de teelt de -uitstoot per kilogram suikerbiet kunnen verminderen.
- Vraag 142 punten · met uitleg
Je berekent hoeveel kilogram bio-ethanol één hectare suikerbieten oplevert en hoeveel kilogram er minder vrijkomt bij pulp dan bij sap.
- Vraag 151 punt · met uitleg
Je verklaart waarom bio-ethanol uit suikerbieten minder bijdraagt aan het versterkte broeikaseffect dan fossiele brandstof, terwijl ook bij verbranding van bio-ethanol vrijkomt.
- Vraag 281 punt · met uitleg
Je verklaart waarom er in de wei veel minder ammoniak ontstaat dan in de stal.
- Vraag 301 punt · met uitleg
Je verklaart waarom zonnedauw, ondanks dat hij insecten verteert, tot de producenten hoort.
- Vraag 332 punten · met uitleg
Je beredeneert waarom bij meer stikstof steeds meer veenpluis en steeds minder kleine zonnedauw voorkomt, terwijl de stikstof binnen de tolerantiegrenzen van zonnedauw ligt.