Minimale lengte en grenswaarde

Opgave 6 (vraag 10 t/m 11) uit eindexamen Wiskunde B VWO 2026 tijdvak 2

Vraag 10

[C] Differentiaal- en integraalrekening[C1] Afgeleide functies[Getal en Ruimte] H9: Exponentiële en logaritmische functies[Moderne Wiskunde] H14: Exponentiële en logaritmische functies
7p

Minimale lengte en grenswaarde

De functie ff wordt gegeven door f(x)=x2⋅ln⁡(12x)f(x) = x^2 \cdot \ln(\frac{1}{2}x) en de functie gg door g(x)=x2⋅ln⁡(x)g(x) = x^2 \cdot \ln(x).

In de figuur zijn de grafieken van ff en gg weergegeven.

Punt A(2e,−2e)A(\frac{2}{\sqrt{\text{e}}}, -\frac{2}{\text{e}}) is de top van de grafiek van ff. Punt BB is de top van de grafiek van gg.

Door AA en BB worden vierkanten getekend waarvan de zijden evenwijdig zijn met de xx-as en yy-as. In de figuur zijn twee voorbeelden getekend van zo’n vierkant.

De lengtes van de zijde van alle mogelijke vierkanten zijn niet even groot.

Bereken algebraïsch de lengte van de zijde van het kleinst mogelijke vierkant. Geef je eindantwoord in vier decimalen.

Figuur 1 bij vraag 10 van opgave Minimale lengte en grenswaarde (Wiskunde B VWO 2026)

Voor nakijken en persoonlijke tips van de AI-docent: Maak een foto van jouw antwoord of type het in.