Voor x≥0 worden de functies f en g gegeven door f(x)=21x2−1 en g(x)=2x2+2. De functies f en g zijn elkaars inverse.
Bewijs dat f en g elkaars inverse zijn.
Voor nakijken en persoonlijke tips van de AI-docent: Maak een foto van jouw antwoord of type het in.
maximumscore 3
Voor punten op de grafiek van f geldt: y=21x2−1, dus voor de inverse geldt (door spiegeling in de lijn met vergelijking y=x) het verband x=21y2−1 [1]
Dit geeft x2+1=21y2 [1]
Herleiden tot y=2x2+2 (y=−2x2+2 voldoet niet) (en dus zijn f en g elkaars inverse) [1]
of
Voor punten op de grafiek van g geldt: y=2x2+2, dus voor de inverse geldt (door spiegeling in de lijn met vergelijking y=x) het verband x=2y2+2 [1]
Dit geeft x2−2=2y2 [1]
Herleiden tot y=21x2−1 (y=−21x2−1 voldoet niet) (en dus zijn f en g elkaars inverse) [1]
of
Er moet gelden g(f(x))=x (of f(g(x))=x) [1]
g(f(x))=2(21x2−1)+2 [1]
Herleiden tot x2=x (x2=−x voldoet niet) (en dus zijn f en g elkaars inverse) [1]
Voor x≥0 worden de functies f en g gegeven door f(x)=21x2−1 en g(x)=2x2+2.
Lijn k met vergelijking y=−x+a, met a≥2, snijdt de grafiek van f in punt P en de grafiek van g in punt Q. Zie figuur 1.
De lengte van lijnstuk PQ is afhankelijk van a.
Er geldt: PQ=3a2−4a2−1
Er is een waarde van a waarvoor de lengte van lijnstuk PQ minimaal is.
Bereken exact deze waarde van a.
Voor nakijken en persoonlijke tips van de AI-docent: Maak een foto van jouw antwoord of type het in.
maximumscore 5
dadPQ=32−4⋅2a2−11⋅2a [2]
PQ is minimaal als a2−14a=32 [1]
Herleiden tot 16a2=18(a2−1) [1]
Het antwoord a=3 (a=−3 voldoet niet) [1]
of
f′(x)=221x2−11⋅x [2]
PQ is minimaal als f′(x)=1 [1]
221x2−11⋅x=1 herleiden tot x2=4(21x2−1) [1]
Hieruit volgt x=2 (x=−2 voldoet niet), dus P(2,1). Omdat P op de lijn met vergelijking y=−x+a ligt, volgt a=3 [1]
of
g′(x)=22x2+21⋅4x [2]
PQ is minimaal als g′(x)=1 [1]
22x2+21⋅4x=1 herleiden tot 4x2=2x2+2 [1]
Hieruit volgt x=1 (x=−1 voldoet niet), dus Q(1,2). Omdat Q op de lijn met vergelijking y=−x+a ligt, volgt a=3 [1]
Opmerking
Voor het eerste antwoordelement uitsluitend 0 of 2 scorepunten toekennen, tenzij de enige fout een rekenfout betreft (zie vakspecifieke regel 1). In dat geval mag 1 scorepunt worden toegekend.
Voor x≥0 worden de functies f en g gegeven door f(x)=21x2−1 en g(x)=2x2+2. Lijn k heeft vergelijking y=−x+a.
In figuur 2 zijn opnieuw de grafieken van f, g en k weergegeven, nu voor a=17. Lijn k snijdt de grafiek van f in het punt (10,7).
Vlakdeel V is het gebied dat begrensd wordt door de grafieken van f en g, de x-as, de y-as en lijn k. In figuur 2 is V grijs gemaakt.
Bereken de oppervlakte van V. Geef je eindantwoord in twee decimalen.
Voor nakijken en persoonlijke tips van de AI-docent: Maak een foto van jouw antwoord of type het in.
maximumscore 6
De grafiek van f snijdt de x-as voor x=1,41... (of x=2) [1]
Lijn k snijdt de grafiek van g in het punt (7,10) [1]
De oppervlakte is gelijk aan ∫01,41...g(x)dx+∫1,41...7(g(x)−f(x))dx+∫710(−x+17−f(x))dx [2]
Beschrijven hoe deze oppervlakte berekend kan worden [1]
De gevraagde oppervlakte is 29,24 [1]
of
De grafiek van f snijdt de x-as voor x=1,41... (of x=2) [1]
Lijn k snijdt de grafiek van g in het punt (7,10) [1]
De oppervlakte is gelijk aan een vierkant van 10 bij 10 waarvan drie stukken worden afgehaald, ofwel 102−21⋅32−2⋅∫1,41...10f(x)dx [2]
Beschrijven hoe deze oppervlakte berekend kan worden [1]
De gevraagde oppervlakte is 29,24 [1]
of
De grafiek van f snijdt de x-as voor x=1,41... (of x=2) [1]
Lijn k snijdt de grafiek van g in het punt (7,10) [1]
De oppervlakte is gelijk aan ∫07g(x)dx+∫710(−x+17)dx−∫1,41...10f(x)dx [2]
Beschrijven hoe deze oppervlakte berekend kan worden [1]
De gevraagde oppervlakte is 29,24 [1]
of
Lijn k snijdt de grafiek van g in het punt (7,10) [1]
Beschrijven hoe ∫07(g(x)−x)dx berekend kan worden [1]
∫07(g(x)−x)dx=12,369... [1]
Het snijpunt van lijn k met de lijn met vergelijking y=x is (8,5;8,5) [1]
De oppervlakte van de driehoek ingesloten door de lijn met vergelijking y=x, de lijn met vergelijking x=7 en lijn k is 21⋅3⋅1,5=2,25 [1]
De gevraagde oppervlakte is (2⋅(12,369...+2,25)=)29,24 [1]
Opmerkingen
Bij het eerste en derde antwoordalternatief mag voor het derde antwoordelement 1 scorepunt worden toegekend als twee van de drie vlakdelen juist zijn.
Bij het tweede antwoordalternatief mogen voor het derde antwoordelement geen scorepunten worden toegekend als alleen 102−21⋅32 genoemd is.
Antwoordmodel
8
Vraag 8
3 punten
maximumscore 3
Voor punten op de grafiek van f geldt: y=21x2−1, dus voor de inverse geldt (door spiegeling in de lijn met vergelijking y=x) het verband x=21y2−1 [1]
Dit geeft x2+1=21y2 [1]
Herleiden tot y=2x2+2 (y=−2x2+2 voldoet niet) (en dus zijn f en g elkaars inverse) [1]
of
Voor punten op de grafiek van g geldt: y=2x2+2, dus voor de inverse geldt (door spiegeling in de lijn met vergelijking y=x) het verband x=2y2+2 [1]
Dit geeft x2−2=2y2 [1]
Herleiden tot y=21x2−1 (y=−21x2−1 voldoet niet) (en dus zijn f en g elkaars inverse) [1]
of
Er moet gelden g(f(x))=x (of f(g(x))=x) [1]
g(f(x))=2(21x2−1)+2 [1]
Herleiden tot x2=x (x2=−x voldoet niet) (en dus zijn f en g elkaars inverse) [1]
9
Vraag 9
5 punten
maximumscore 5
dadPQ=32−4⋅2a2−11⋅2a [2]
PQ is minimaal als a2−14a=32 [1]
Herleiden tot 16a2=18(a2−1) [1]
Het antwoord a=3 (a=−3 voldoet niet) [1]
of
f′(x)=221x2−11⋅x [2]
PQ is minimaal als f′(x)=1 [1]
221x2−11⋅x=1 herleiden tot x2=4(21x2−1) [1]
Hieruit volgt x=2 (x=−2 voldoet niet), dus P(2,1). Omdat P op de lijn met vergelijking y=−x+a ligt, volgt a=3 [1]
of
g′(x)=22x2+21⋅4x [2]
PQ is minimaal als g′(x)=1 [1]
22x2+21⋅4x=1 herleiden tot 4x2=2x2+2 [1]
Hieruit volgt x=1 (x=−1 voldoet niet), dus Q(1,2). Omdat Q op de lijn met vergelijking y=−x+a ligt, volgt a=3 [1]
Opmerking
Voor het eerste antwoordelement uitsluitend 0 of 2 scorepunten toekennen, tenzij de enige fout een rekenfout betreft (zie vakspecifieke regel 1). In dat geval mag 1 scorepunt worden toegekend.
10
Vraag 10
6 punten
maximumscore 6
De grafiek van f snijdt de x-as voor x=1,41... (of x=2) [1]
Lijn k snijdt de grafiek van g in het punt (7,10) [1]
De oppervlakte is gelijk aan ∫01,41...g(x)dx+∫1,41...7(g(x)−f(x))dx+∫710(−x+17−f(x))dx [2]
Beschrijven hoe deze oppervlakte berekend kan worden [1]
De gevraagde oppervlakte is 29,24 [1]
of
De grafiek van f snijdt de x-as voor x=1,41... (of x=2) [1]
Lijn k snijdt de grafiek van g in het punt (7,10) [1]
De oppervlakte is gelijk aan een vierkant van 10 bij 10 waarvan drie stukken worden afgehaald, ofwel 102−21⋅32−2⋅∫1,41...10f(x)dx [2]
Beschrijven hoe deze oppervlakte berekend kan worden [1]
De gevraagde oppervlakte is 29,24 [1]
of
De grafiek van f snijdt de x-as voor x=1,41... (of x=2) [1]
Lijn k snijdt de grafiek van g in het punt (7,10) [1]
De oppervlakte is gelijk aan ∫07g(x)dx+∫710(−x+17)dx−∫1,41...10f(x)dx [2]
Beschrijven hoe deze oppervlakte berekend kan worden [1]
De gevraagde oppervlakte is 29,24 [1]
of
Lijn k snijdt de grafiek van g in het punt (7,10) [1]
Beschrijven hoe ∫07(g(x)−x)dx berekend kan worden [1]
∫07(g(x)−x)dx=12,369... [1]
Het snijpunt van lijn k met de lijn met vergelijking y=x is (8,5;8,5) [1]
De oppervlakte van de driehoek ingesloten door de lijn met vergelijking y=x, de lijn met vergelijking x=7 en lijn k is 21⋅3⋅1,5=2,25 [1]
De gevraagde oppervlakte is (2⋅(12,369...+2,25)=)29,24 [1]
Opmerkingen
Bij het eerste en derde antwoordalternatief mag voor het derde antwoordelement 1 scorepunt worden toegekend als twee van de drie vlakdelen juist zijn.
Bij het tweede antwoordalternatief mogen voor het derde antwoordelement geen scorepunten worden toegekend als alleen 102−21⋅32 genoemd is.