Een raaklijn met twee cirkels

Opgave 6 (vraag 14 t/m 15) uit eindexamen Wiskunde B VWO 2025 tijdvak 1

Vraag 14

[E] Meetkunde met coördinaten[E2] Algebraïsche methoden in de vlakke meetkunde[Moderne Wiskunde] H8: Vectoren[Getal en Ruimte] H10: Meetkunde met vectoren
4p

Een raaklijn met twee cirkels

Gegeven zijn de punten A(−6,−6)A(-6, -6) en B(−18,−2)B(-18, -2).

Lijn kk is de lijn met vectorvoorstelling

(xy)=(020)+t(1−1)\begin{pmatrix} x \\ y \end{pmatrix} = \begin{pmatrix} 0 \\ 20 \end{pmatrix} + t \begin{pmatrix} 1 \\ -1 \end{pmatrix}

Er bestaan twee cirkels c1c_1 en c2c_2 die voldoen aan de volgende eisen:

  • Punt AA en punt BB liggen op de cirkel.
  • De cirkel raakt aan lijn kk.

Cirkel c1c_1 heeft middelpunt M1M_1 en raakt aan lijn kk in het punt R1R_1.

Cirkel c2c_2 heeft middelpunt M2M_2 en raakt aan lijn kk in het punt R2R_2.

Zie de figuur. In de figuur is c2c_2 vanwege de grootte slechts gedeeltelijk weergegeven. Middelpunt M2M_2 valt buiten de figuur.

Voor een willekeurig punt PP op de middelloodlijn van ABAB geldt: P(p,3p+32)P(p, 3p + 32)

De loodrechte projectie van punt PP op lijn kk is P′P'. Zie de figuur.

De coördinaten van P′P' zijn (−p−6,p+26)(-p - 6, p + 26).

Bewijs dat de coördinaten van P′P' juist zijn.

Figuur 1 bij vraag 14 van opgave Een raaklijn met twee cirkels (Wiskunde B VWO 2025)

Voor nakijken en persoonlijke tips van de AI-docent: Maak een foto van jouw antwoord of type het in.