Cirkels in een cirkel

Opgave 3 (vraag 6 t/m 7) uit eindexamen Wiskunde B VWO 2025 tijdvak 1

Vraag 6

[E] Meetkunde met coördinaten[E1] Meetkundige vaardigheden[Getal en Ruimte] H14: Meetkunde toepassen[Moderne Wiskunde] H13: Cirkels
3p

Cirkels in een cirkel

Gegeven is de cirkel c1c_1 met middelpunt MM en straal 3.

Verder zijn gegeven de cirkels c2c_2, c3c_3 en c4c_4, zó dat geldt:

  • Cirkels c2c_2, c3c_3 en c4c_4 raken cirkel c1c_1.
  • Cirkel c2c_2 heeft middelpunt NN en straal 2.
  • Cirkel c3c_3 heeft middelpunt PP en straal rr.
  • Cirkel c4c_4 heeft middelpunt QQ en straal rr.
  • Cirkel c3c_3 en c4c_4 raken elkaar in punt SS.
  • Cirkels c3c_3 en c4c_4 raken c2c_2.

Zie de figuur. Deze figuur staat ook op de uitwerkbijlage.

Er geldt: MS=9−6rMS = \sqrt{9 - 6r}

Bewijs dit. Je kunt hierbij gebruikmaken van de figuur op de uitwerkbijlage.

Figuur 1 bij vraag 6 van opgave Cirkels in een cirkel (Wiskunde B VWO 2025)
⚠️ Uitwerkbijlage vereist
Uitwerkbijlage bij vraag 6 van opgave Cirkels in een cirkel

Voor nakijken en persoonlijke tips van de AI-docent: Maak een foto van jouw antwoord of type het in.